Martin Roemers

Martin Roemers studeerde fotografie aan de voormalige Academie voor Kunst en Industrie in Enschede (het huidige ArtEZ Art & Design).

Inleiding
“De laatste jaren werk ik aan projecten over de gevolgen van oorlogen en conflicten. In 2009 heb ik mijn serie Relics of the Cold War afgerond over het verlaten en ‘schuldige’ landschap van de Koude Oorlog. In 2004-2005 heb ik een portretserie gemaakt van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog. Ik heb veteranen geportretteerd die destijds elkaars vijand waren zoals Duitsers en Russen. Ik heb dit gedaan om de stereotypering te doorbreken die deze groep mensen nog steeds verdeelt in ‘goed’ of ‘fout’, afhankelijk van aan welke kant ze hebben gevochten. Door ze een gezicht te geven en hun verhaal te noteren wilde ik laten zien dat deze veteranen uit verschillende landen meer overeenkomsten dan verschillen hebben. De serie won een World Press Photo prijs in 2006.

Een van de veteranen vertelde me dat hij in een huis in Engeland woonde , speciaal voor oorlogsblinden. Ik was geraakt door wat hij mij vertelde en heb vervolgens onderzoek gedaan naar oorlogsblinden in Europa. Ook in Duitsland en Rusland bleken er huizen en organisaties te zijn voor de blinden uit WOII. Het is een nauwelijks bekend feit dat vele duizenden mensen blind zijn geworden als gevolg van deze oorlog. Dat was voor mij de reden om volgens hetzelfde concept een vervolg te maken op de serie over de strijders. Deze serie De Ogen van de Oorlog gaat over de blinden – de slachtoffers van hetzelfde conflict.”

‘De ogen van de oorlog’
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vele duizenden mensen blind geworden als gevolg van het conflict. Martin Roemers fotografeerde en interviewde 40 van hen uit Duitsland, Engeland, Rusland, Oekraïne, België en Nederland. Een groot aantal van hen was destijds kind. Eén van de vrouwen die Roemers fotografeerde was een meisje van zes jaar in WOII . Zij werd blind door rondvliegend glas toen haar moeder met haar naar de schuilkelder holde. Ze overleefde de oorlog die haar jonge leven ruïneerde. “Wat me deprimeert zijn al die nieuwe oorlogen sindsdien, zoals in Afghanistan” vertelde ze. “Al dat leed, dat maakt me verdrietig”. Dit verhaal gaat over de blinde mensen van de Tweede Wereldoorlog maar het is ook een tijdloos verhaal over de gevolgen van oorlog.

Weekblad Vrij Nederland en het Financial Times Magazine publiceerden in 2010 een feature over De Ogen van de Oorlog.

‘Kabul Portraits’
Een smoezelig portretje van Martin Roemers, gemaakt door een Afghaanse straatfotograaf, zou de aanleiding vormen voor de reeks portretten die Roemers in december 2002 maakte van Nederlandse soldaten, gelegerd in Kabul. Roemers was daar om een documentaire fotoserie te maken over de soldaten die deel uitmaakten van de internationale troepenmacht ISAF en hun werkzaamheden in de Afghaanse hoofdstad.

De Afghaanse straatfotograaf werkte met een grote houten kist op een statief waarin een oude platencamera (9×12) bevestigd was. Als een soort negentiende eeuwse mobiele portretstudio’s, waren meerdere fotografen met dergelijke kisten, waarin naast de antieke camera ook bakjes met ontwikkelaar, stopbad en fixeer vervoerd werd, actief in de straten van Kabul.

Het resultaat na 10 seconden bewegingloos poseren maakte zo’n indruk op Roemers dat hij zijn plan wijzigde; hij maakte een serie portretten volgens het procedé dat de Afghaanse straatfotografen hanteerden. Deze werkten niet alleen met sterk verouderde camera’s, maar ook met -zo bleek- papieren negatieven, gemaakt van op maat geknipte stukjes fotopapier. Van deze ‘negatieven’ maakten ze vervolgens nog een foto en verkregen zo een positief beeld. Door zichzelf bij verschillende straatfotografen te laten portretteren had Roemers de fotograaf met de beste camera kunnen uitkiezen. Met de platencamera en de Afghaanse fotograaf als assistent zou hij de Nederlandse militairen in uniform gaan portretteren.

Hij selecteerde de gegadigden en maakte de portretten in het Nederlandse kamp in Kabul. In een geïmproviseerde openluchtstudio waarin een zwart doek, opgehangen aan een paar containers, het decor vormde moesten de soldaten tien tot vijftien seconden stilzitten. Dat leverde indringende portretten op. De militairen, soms met een attribuut in de hand, kijken strak in de camera maar lijken tegelijkertijd een ongrijpbare transparantie te bezitten. De portretten van de uit hun context geïsoleerde soldaten hebben een universeel en tijdloos karakter. Maar door gebruik te maken van de lokaal gebezigde techniek verbindt Roemers de geportretteerden met de buitenbeeldse context. De connotatie ligt verborgen in de betekenisvolle rauwheid van de beelden; de spikkels en krasjes die het gevolg zijn van het technisch imperfecte procedé.

De foto’s zijn samengebracht in het boek Kabul. Nederlandse troepen in Afghanistan. Elf foto’s uit de serie zijn aangekocht door het Rijksmuseum in Amsterdam.

Hieronder: Martin Roemers - Zelfportret